Het hele lichaam is als oog en hand
- Els Nyozen
- 14 aug
- 3 minuten om te lezen
Ungan vroeg Dōgo: "Hoe gebruikt de Grote Bodhisattva van Barmhartigheid al die handen en ogen?
Dōgo zei: ‘Het is als iemand die met zijn hand zijn kussen rechttrekt in het midden van de nacht’ Ungan zei: ‘Ik begrijp het.’
Dōgo vroeg: ‘Hoe begrijp je het?’
Waarop Ungan antwoordde: ‘Het hele lichaam is overdekt met handen en ogen’.
Dogo repliceerde: ‘Dat is aardig gezegd maar het is niet het hele plaatje. Je haalt een acht op tien.’
Ungan zei: ‘Hoe zou jij het dan zeggen?’
Dogo antwoordde: ‘Het lichaam is één en al oog, één en al hand.’
-Blue Cliff Records, Case 83-
Zo'n twee jaar geleden kwam je bij onze Sangha in Arnhem. Wijze twinkelende ogen, grijze krulletjes. Meteen op je gemak. Jij was al lang leerling van Genno Roshi in Parijs en voegde je met zekere lichtvoetigheid nu ook in onze gemeenschap. Toen je lichaam begon te haperen en je vaker op een stoel moest zitten, zaten we vaak naast elkaar. Het heeft mij altijd verwonderd hoe stevig je je verbonden kunt voelen met iemand die woordeloos naast je zit. Draden van vriendschap worden zo stilzwijgend gesponnen.
Ik zag de vrije kunstenares en ook de spirituele zoeker in jou, vrij van angst en vol nieuwsgierigheid. Je maakte een geweldig theaterstuk; je levenswerk 'Etoile du Nord' waarin je Etty Hillesum en Spinoza elkaar laat ontmoeten in een trein. Wat was het mooi en diep ontroerend. Ik zag jouw vragen en zoektocht en ook jouw liefde voor Etty's mystiek en vrije ziel en je liefde en respect voor Spinoza's ratio.
Schoonheid en ongeluk horen bij elkaar; dezelfde kant van dezelfde medaille. Op de dag van de première hoorde je dat je ALS had. Bijna niet te bevatten. En meteen als vanzelf, vloeide dit ongeluk samen met de liefde voor dit leven; een bijzondere alchemie die je tot het einde van je leven zou belichamen.
Je ging snel achteruit. Praten en slikken lukte niet meer maar je kwam nog telkens trouw naar onze Sangha avonden. En daar zaten wij dan woordeloos naast elkaar te dragen wat er te dragen viel. De humor en lichtvoetigheid bleven en jouw stralende ogen ook.
In het vroege voorjaar van dit jaar ontving je van Genno Roshi 'Jukai'. Je werd formeel boeddhist, ontving de precepts en nam toevlucht tot Boeddha, Dharma en Sangha. Je kreeg de prachtige Dharmanaam: 'Coeur sans Limite'. Wat een passende naam!
Wij bleven naast elkaar zitten, tot de laatste keer in het park. Jij in je scootmobiel en je Sanghagenoten daarnaast op hun kussens. Interzijn; genieten van het moment, de bries, de zon en het gezelschap. Voelbare draden van vriendschap en liefde in de hele kring; één groot lichaam van goedheid.
Tijdens jouw laatste weken en dagen vormde onze Sangha een haakwerk van liefde om jou en je zo lieve partner heen. Er werd gewassen, gefotografeerd, gemediteerd, ingezameld en gewaakt. Moeiteloos, alsof wij het kussen rechttrokken in de nacht. Geen ego's of eigen belangen. Geen dringen of opdringen. Geen helpers of geholpenen. Een lichaam wat voor zichzelf zorgt. Gemeenschapszin met de tederheid zoals een moeder voor een kind zorgt.
En jij, jij gaf ons zoveel. Jij leerde ons wat zachte moed werkelijk is. Hoe je je lot kunt aanvaarden zonder drama en ervan weg te kijken. Hoe je als mens met een vreselijke ziekte toch kunt genieten en gelukkig kunt zijn. En tenslotte ook hoe je met dapperheid kunt zeggen wanneer het genoeg is geweest. In volle vrede liet je ego en lichaam vallen en draaide je je ware aangezicht naar het licht. Vrij en gelukkig.
Jouw voorleven van deze bijzondere levensweg zal mij nog heel lang bijblijven en langzaam zal ik leren en inzien hoe limietloos jouw hartgeest daadwerkelijk was. Jouw reis hier in dit lichaam is tot een einde gekomen maar de draden van liefde zullen voortbestaan, voorbij de grenzen van tijd en ruimte.
Ga in vrede, ga in vrede!




Opmerkingen